HEEMLAND 22 (kerst 2001)

 

Einde van ‘paars’, een evaluatie

 Nederland voert inflatoir beleid

Van de zomer werd nog ernstig rekening gehouden met een verdergaande oververhitting van de Nederlandse economie, die al meerdere jaren gaande is getuige de krapte op de arbeidsmarkt en de oplopende prijzen. Van werkgeverszijde begon men al te jammeren dat arbeidsmigratie ruim moest worden toegepast. De oplopende officiële inflatie die dit jaar ruim boven de 5 % ligt, ontlokte aan Pim Fortuyn, - thans gevierd lijsttrekker met dank aan de publiciteit rond hem door onroerendgoedmagnaat en tv-presentator Harry Mens -, de oproep in de Elsevier van september jongstleden aan de ECB om de rente drastisch te verhogen vanwege de inflatie en zodoende de constant uitgeoefende druk om de rente voor de Euro-zône te verlagen door grote landen als Duitsland en Frankrijk, die weinig economische groei kennen maar ook amper last hebben van inflatie, te weerstreven. Duisenberg (president van de ECB) heeft deze druk echter niet kunnen weerstaan. Fortuyn z’n oproep was om niets; dit monetaire rentewapen kan ook niet meer nationaal. Dat neemt niet weg dat zijn indirecte waarschuwing voor Nederland nog steeds van kracht is.

Werkelijke inflatie vele malen hoger

De officiële inflatie is rond de 5 % en de echte inflatie steekt daar, met dank aan paars overheidsbeleid, ver boven uit. Paars heeft het voor mekaar gekregen om de prijzen in euro’s nu anno 2001 ongeveer gelijk te laten zijn aan die van de prijzen in guldens toen paars in 1994 aantrad. Alleen al ‘gecorrigeerd’ voor de spectaculaire inflatie van het jaar 20021 wordt nu alles begin 2002 met minstens 4,5 % opgehoogd.
Wat is een hele ‘formidabele’ prestatie van paars ! gedurende een periode dat de inkomens voor hen die geen promotie konden maken of aangewezen waren op een uitkering, in nominale guldens ongeveer 13 % ‘gestegen’ zijn, de huren met 50 % verhoogd zijn, de woningprijzen met 100 tot 200 % zijn toegenomen, de vergroening van het belastingstelsel met z’n ecotaxen op primaire behoeften als energie en water z’n tol geeist heeft in het vrij besteedbaar inkomen, de indirecte belastingen (ook BTW op arbeidskosten) tot een hoogste tarief van 19 % opgetrokken zijn, de lokale lasten ondere andere de OZB (maar ook alle overige) enorm opgehoogd werden, de ziektekosten omhoog moesten, de onderwijskosten voor velen ondraaglijk geworden zijn.
De officiële inflatie over de zeven jaren van paars is in zijn totaliteit 24 % geweest, jaarlijks ~ 2,2 %, (de toegelaten streefgrens van de EU ligt op ten hoogste 2,0 %) en laat de nominale loonontwikkeling al behoorlijk achter zich. Zoals hierboven vermeld werd, is de werkelijke inflatie, de echte geldontwaarding, die niet zo beperkend gekunsteld berekend wordt als de officiële, veel hoger geweest: over die zeven jaar, te schatten op minstens 100 %.
Anders dan elders in Europa, is de overheid de grootste aanjager van de inflatie geweest met een superinflatoir beleid ondermeer inzake woongelegenheid (met jaarlijkse wettelijke huurverhogingen), immigratie, lokale en indirecte belastingen en budgettaire inflatie-inbouw.

Voor inflatiebestrijding moet ‘paars’ weg

Zalm kan in antwoord op Fortuyn en Marijnissen wel zeggen dat hij niets aan de inflatie kan doen omdat de ECB de hoogte van de korte rente bepaalt, maar van overheidszijde had hij zelfs een deflatoir beleid kunnen voeren door wettelijke lastenverlagingen over een breed front door te voeren, en dan niet enkel van de belasting op arbeidsinkomsten, maar ook van de kosten van andere lasten zoals huursommen. Het vrij besteedbaar inkomen moet en kan omhoog !
De paarse partijen, inbegrepen het CDA, zullen er eerst het veld voor moeten ruimen. Economen met gezag verkondigen dat nu - na deze 7 "vette" jaren van paars waarin Nederland ‘rijk’ is geworden, er misschien wel 7 magere jaren komen ! Maar Nederland kan nu wel een stootje hebben na ‘zoveel jaren voorspoed’.
Mag de inkomensontwikkeling voor veel mensen gunstig geweest zijn; ertegenover zullen er netzoveel of meer zijn voorwie de voorbije jaren jaren van jaarlijkse achteruitgang en uiteindelijk verarming waren. Aan de éne kant zijn ondernemers en managers globaliter zeer ruim aan hun trekken gekomen doordat tal van belemmeringen en belastingen weggenomen of verlaagd zijn en gemaakte kosten door behoorlijke prijsstijgingen meerdan vergoed zijn. Ook de overheden heeft het aan riante inkomsten niet ontbroken: Met forse jaarlijkse ophogingen bovenop de opwaartse inflatiecorrectie die de overheden zich krachtens hun budgettaire procedures reeds zondermeer toekennen, zijn de uitgaven voor allerlei extra zaken bekostigd en zijn begrotingstekorten omgezet in overschotten waarmee de staatsschuld kon worden verminderd. Hoger middenkader en top in ondernemingen en in geprivatiseerde instellingen en bedrijven, en met flair begiftigde zakenlui en aannemers zonder veel scrupules hebben ongetwijfeld prachtige jaren beleefd.

Woongelegenheid achteruit gehold

Ernaast staan aan de andere kant degenen die het niet goed vergaan is en zij die allengs in stille armoede geraakt zijn doordat zij de meeropbrengsten die bedrijfsleven, woningbouwkongsie en overheid naar zich toe hebben getrokken, voor zichzelf genereerden, niet konden bijhouden.
Bekend met het bovenstaande, weet iedere politicus die wil nadenken dat een modale huurder of koper een steeds groter deel van zijn inkomen verplicht is te verwonen. De huursom of hypotheeklast voor een doorsnee-eengezinswoning, (we praten maar helemaal niet over een gewoon ruim huis), is niet meer op te brengen door alleenverdieners. Hypotheken worden verstrekt voor bedragen van gemiddeld 3,7 maal het bruto jaarinkomen voor simpele woningen: zo lucratief is het voor de banken en zo hoog zijn de woningprijzen opgejaagd. Men is derhalve in de betreffende huishoudens nagenoeg gedwongen om met z’n tweeën te werken en de kinderen te laten opvangen door dure kinderopvang of door de grootouders of anderen. Voorheen was een hypotheek van hooguit rond 1,5 maal het bruto jaarinkomen van een alleenverdiener voldoende om een eengezinswoning te kopen. De woongelegenheid is in de zogenaamde vette jaren schrikbarend afgenomen qua betaalbaarheid tot rond de 1/2 à 1/3 van destijds, want de koopprijs is verdubbeld tot verdrievoudigd.

Miskende tweedeling

Degenen die van deze formidabele uitholling van de betaalbaarheid van wonen geen last gehad hebben doordat zij reeds een woning of huis bezaten, zijn de gierende lastenexplosie om überhaupt te mogen wonen ontsprongen en hebben hun woonbezit in nominale waarde - zonder er iets voor te hoeven doen, zonder kopzorgen en slapenloze nachten over beleggen of handel of wat dan ook -, in waarde op z’n minst zien verdubbelen, echt slapende rijk. Maar meestens slechts rijk ten opzichte van de onfortuinlijken want bij verhuizen moet ongeveer hetzelfde bedrag voor een vergelijkbaar huis neergelegd worden.
Terzijde: je kunt er alleen wel onder vandaan komen door in het goedkopere buitenland iets moois te zoeken en je extra hypotheekrente liefst grotendeels te laten betalen. door de fiscus, dus je armere landgenoten. Door deze landverlating exporteert Nederland z’n volte en duurte over de landsgrenzen heen en zadelt het buitenland en de belastingbetaler ermee op.
Er zijn dus almetal een aanmerkelijk aantal, wat meer dan twee miljoen huishoudens, die tijdens de paarse buien al droog zaten in bijtijds gekochte woningen. Onder hen bevinden zich ook de 292.000 landgenoten die formeel miljonair geworden zijn gedurende de laatste zes jaar en degenen die een vermogen bezitten van meer dan 251.000 gulden, het statistische gemiddelde vermogen per huishouden in Nederland..
Op dit toegerekende gemiddelde ‘vermogen’ moet men zich hier niet verkijken: je kunt er amper een appartement voor kopen. De berekende gemiddelde ‘waarde’ van de eigen woning is thans ƒ 460.000,- !, een verdubbeling vergeleken met 1995, kortom krankzinnig.
Het ‘vermogen’ zal bij de meeste huishoudens bestaan uit rustig vermogen vastzittend in de eigen woning of uit het schamele overblijfsel van beleggingen in effecten die ooit veel duurder gekocht zijn of waar men niet vóór de sluipende recessie uitgestapt is. Ook veel van de ‘overwaarde’ in huizen die in aandelen gestopt is, zal zo verloren geraakt zijn, want men leurde wat aan met financiële ‘producten’. De toenmalige adviseurs in geldzaken wassen hun handen in onschuld met de spreuk: "in het verleden behaalde rendementen zijn geen garantie voor de toekomst".

Vermogensverlies en fiscale discriminatie

Door dit vermogensverlies is menig gezin, te schatten op totaal rond 1.000.000 huishoudens, er armer op geworden; beleggers hebben rond 310 miljard gulden over het gehele jaar 2001 verloren; vorig jaar was het verlies ook al aanzienlijk. Zelfs pensioenfondsen zeggen grote verliezen geleden te hebben in hun pensioenkassen; in verband hiermee overwegen sommige de pensioenpremies te verhogen.
Het liquide vermogen van particuliere beleggers is dit jaar door de beursdalingen, die mede veroorzaakt zijn door onverantwoord bedrijfsbeleid, mismanagement, om maar niet te spreken van geldsmijterij, sterk afgeroomd, gemiddeld ~ 30 %.
Over deze fors afgewaardeerde investeringen mag de zwaargeschade belegger, - of hij nu een woning achter de hand heeft of niet, maakt de fiscus niet uit - aan de fiscus in box 3 van de nieuwe inkomstenbelasting nog eens 1,2 % belasting afdragen alsof hij een vermogensrendement van 4 % behaald zou hebben ! Vermogensopbouw is zeker huurders bijna onmogelijk gemaakt.
Voor belastingplichtigen die nu huren, - al dan niet na een vroegere verkoop van een woning –, is de vermogensrendementsheffing rampzalig en is deze heffing zwaar discriminerend in vergelijking met de voor hun eigenwoningbezit nagenoeg vrijgestelde eigenwoningbezitters,
(belast met hooguit 0,416 % bij belasting in het hoogste tarief van 52 % in box 1, indien er geen hypotkeekrenteaftrek meer is).
Zo betaalt een ‘rijke’ huurder over de vermelde ƒ 251.000,- het ‘lieve’ bedrag van ƒ 3.012,- tegenover een eigenwoningbezitter op z’n allerhoogst ƒ 1.044,- (als eigenwoningforfait), kortom ƒ 1.968,- of meer aan belasting dan een eigenaar ! Het CDA, gesteund door VVD en SGP (‘rechts’ dus), bestond het zelfs om onlangs een motie in te dienen om de eigenwoningbezitter met een afgeloste hypotheek, die z’n woning veelal in betere jaren op de woningmarkt gekocht heeft en volop, vooral bij de topinkomens, heeft geprofiteerd van de hypothe1ekrenteaftrek, vrij te willen stellen van de betaling van het eigenwoningforfait, voorheen huurwaardeforfait geheten. Billijk zou zijn als deze voortaan ‘gratis’ wonenden juist een verhoogde woonbelasting zouden moeten betalen als vergoeding voor de jarenlang genoten royale fiscale aftrek. Het forfait is onder paars stapsgewijs omlaag gebracht naar nogmaar 0,8 % (en is gemaximeerd op ~ ƒ 16.800,- ten gerieve van echte rijkaards, van bewoners van een echt huis van ƒ 1,3 miljoen of meer); het is hiermee een schertstarief op deze vorm van nagenoeg risicoloos belegd vermogen.

Huisjesmelkers en investeringsklimaat

Vermogen belegd in vast onroerendgoed brengt bij verhuur bovendien een hoog direct inkomensrendement op uit de huurpenningen, naast de waardestijging op zich, en wordt toch slechts belast volgens het vermogensrendementstarief van 1,2 % gelijk andere beleggingen als spaarrekeningen en risicovolle effecten.
Het investeringsklimaat voor bedrijven zal hiermee niet verbeteren bij huiverig geworden particulieren en inhalig geworden banken, uitgezonderd dan in de onroerendgoedmarkt. Je wordt immers bestraft voor risicovolle investeringssteun aan ‘s lands economie door beleggen in effecten of je moet genoegen nemen met een spaarrente nog lager dan de inflatie, terwijl anderen hun vermogen veilig ondergebracht hebben of nog gaan brengen in vastgoed of vrijgestelde vermogensbestanddelen indien zij rijk genoeg zijn om het niet liquide te hoeven houden voor dure aanschaffen of voor de oude dag. Huisjesmelkers en echt rijke miljonairs beleven gouden tijden dankzij paars. Paars heeft vooral aan de bovenlaag gedacht.
Duidelijk is wie er in deze paarse periode zeker op vooruit zijn gegaan. Denk aan de affaire van de Schipholtunnel. Ook het bouwfraude-dossier van de heer Bos, dat lieden van hogerhand maar al te graag in de doofpot hebben willen stoppen, liegt er niet om. In de wereld van het ‘bouwen en wonen’ wordt schandalig veel verdiend. Als aan infrastructurele werken zoveel steekpennigen verdiend worden en vals gerekend wordt, is dit bij de woningbouw waarschijnlijk nogmeer het geval. Algemeen bekend is dat er tussen bouwwereld en overheden heel wat aangerommeld wordt en men niet vies is van smeergeld.

Kunstmatig duurgemaakt leven en wonen

Wat wel schrijnend is, is dat met name ‘paars‘ zich zo op de borst heeft staan rammen over de opgeklopte werkgelegenheid onder paars, die zijn oorzaak evenwel grotendeels vindt in het omhoogjagen van de huren en de koopsomprijzen voor woningen. Per saldo moeten nu de meeste vrouwen werken en mogen niet meer voor hun kinderen zorgen om de prijs van wonen, een primaire levensbehoefte te betalen aan de woningbouwkongsie.
Er zijn ruim 3,2 miljoen huishoudens aangewezen op huurwoningen waarvan er 1 miljoen huishoudens huursubsidie ontvangen waarmee gemoeid is een bedrag van 3,2 miljard gulden aan overdrachtskosten van het Rijk naar de woningverhuurders ! Kunstmatig wordt hiermee de huursomprijs voor de overige huurders hoog gehouden en indirect de koopsomprijs voor starters op de ‘woningmarkt’.
Mensen die geen huursubsidie ontvangen, verwonen in het algemeen nu ruim eenderde van hun netto inkomen. Of ze nu huren of in deze jaren ‘startend’ duur hebben moeten kopen, maakt wel iets uit: hoe eerder gekocht hoe beter ze af zijn. Bij elkaar zijn dat ruim 2 miljoen huurders en bijna 1 miljoen kopers van woningen tijdens paars. De hardnekkige fabel van rechtsliberale opiniemakers in pers en politiek dat ‘huren’ nog altijd ‘goedkoper’ zou zijn dan ‘kopen’ berust op de valse truc om bij de kosten voor huur het gehele bedrag aan huursubsidies ad ƒ 3,2 miljard om te slaan over alle 3,1 miljoen huurders, ook over deze 2,1 miljoen huurders die de volle mep betalen en bij een bovengemiddelde huur vaak ook de hoogste percentuele jaarlijkse huurstijgingen opbrengen: alles voor de rendementen van de woningbezittende instanties (woningcorporaties, institutionele beleggers e.a.).
Het leven is in zeven jaar gewoon dubbel zo duur geworden in de kosten en dus moeten in gezinnen nu beide ouders werken voor hun dagelijkse benodigdheden in plaats van één, de alleenverdienende kostwinnaar van vroeger. Sommigen wijten deze situatie indirect aan de feminisering, waarvan allerlei instanties oneigenlijk gebruik hebben gemaakt, maar de massale immigraties zijn er tochwel de hoofdoorzaak van. Duidelijk is de moedwil bij de kostenopdrijving door de top van overheid en bedrijfsleven, gezien de stelselmatige wettelijke verhogingen van huren en andere vaste lasten, inflatiecorrecties, prijsstijgingen en loonmatigingen, en het doorgaan met de immigraties.

Werken om te ‘mogen’ wonen

De geschapen benarde situatie geldt nu voor een zeer groot gedeelte van de Nederlandse huishoudens, te schatten op circa 3 miljoen huishoudens. Het is dit verarmende bestand van Nederlanders dat, - zich geplaatst wetend boven de bijstandsgrens -, thans in stille armoede leeft, (een soort uitzichtloze armetierigheid die de gevestigde politiek, ook een Leefbaar Nederland, niet wil zien; dit bevolkingsgedeelte kent geen gerichte belangenvertegenwoordiging in de grote partijen).
In het algemeen is men veel afhankelijker geworden van de geboden opgeklopte werkgelegenheid van overheid en werkgevers dan vroeger: wanneer er één ouder zonder werk komt, zit men meteen in de problemen. Door het buitensporige verschil in woonkosten tussen welgestelden en degenen die in deze stille armoede verblijven, is er een sociale en mentale kloof ontstaan binnen het Nederlandse volk, de één verstaat de ander niet. Het bedrijfsleven vaart zeer wel bij deze gevolgde sociaal-economische strategie die het leven zo duur gemaakt heeft, vooral middels de woonkosten, en die de weinig bemiddelden zozeer noodzaakt tot werken en tot matigen van looneisen.
‘Geprezen’ wordt het Akkoord van Wassenaar uit 1982 dat hiertoe de aanzet vormde. Dan mag de werkgelegenheid zogenaamd ‘hersteld’ zijn maar velen moeste hiertoe voortijdig afzien van hun baan of van uitzicht op een betere sociale waardering.

Bedrijfsleven en overheid doen maar raak

Schrijnend is onder dit paarse regiem tegelijk gebleken hoe kwistig vaak diezelfde ondernemers omspringen met investeringsgelden van beleggers en hoezeer overheden naar zich toe weten te rekenen. Er is met geld van belastingplichtige onderdanen en particuliere beleggers gesmeten. De bodemloze putten van infrastructurele werken, de buitensporige beloningen van miljoenen voor topbestuurders bij grote ondernemingen, het gemak waarmee torenhoge overnamesommen aan Amerikanen betaald zijn door Ahold, Numico, Randstad, Getronics e.a. en miljarden voor licenties (UMTS) aan overheden betaald zijn over de rug van de aandeelhouders, het gemak waarmee banken en verzekeringsmaatschappijen argelozen hebben overgehaald met glanzende folders om in te schrijven op aandelen-emissies van internetbedrijven voor waanzinnige uitgifteprijzen bij de beursgang en tot het kopen van aandelenpakketten, al dan niet geleast voor hun pensioen of anderszins, laat een heel bittere nasmaak achter bij de gedupeerde particuliere belegger en verbazing bij de toeschouwende burger. Wie heeft de internet-hype uitgevonden en onderhouden ? Toen de zeepbel was leeggelopen, in het voorjaar van 2000, leek het wat rustiger: de economie zou niet terugvallen, wat later zou ze weer snel herstellen; maar het bleef hele valse schijn.
Van verantwoord inzetten van de toevertrouwde geldmiddelen bleek van de zijde van de top van het bedrijfsleven vaak bar weinig sprake. "Aandelensukkels" worden zij genoemd die erin getrapt zijn en het nakijken hadden. Er is veel te veel schaamteloze zelfverrijking of geldvermorsing geweest bij grote ondernemingen en bij overheden, ook toen het al duidelijk slechter ging, dat terwijl sommige bedrijven ondertussen langs het ravijn geleid worden getuige ondermeer UPC en KPN (het modelbedrijf van voorheen, van het door premier Kok geprezen volkskapitalisme, destijds nog een weduwen-en-wezenfonds genoemd) en dat terwijl de overheid de eigen overheidsuitgaven maar bleef oprekken.
Thans wordt, nu de bedrijfswinsten door soms slecht, roekeloos management in de periode van de hoogconjunctuur verdampt blijken te zijn, als vanouds gegrepen naar het middel van massa-ontslagen , bezuinigen op personeel, en wordt de werknemer gemaand tot loonmatiging. De cirkel blijkt rond, inderdaad: Wassenaar (1982).
In het koor van toplieden vanuit werkgevershoek en overheid die roepen om loonmatiging heeft zich warempel de ‘volkspartij’, de VVD bij monde van Dijkstal gevoegd die werkgevers dringend aanraadt loonsverhogingen botweg te weigeren. De torenhoge inflatie en de economische recessie zorgen voor benauwdheid bij werkgevers en politiek die terecht vrezen dat de looneisen van vertegenwoordigers van de vakbonden die op tenminste koopkrachtbehoud koersen niet van tafel zullen gaan.

De verarmende lagere middenklasse

Zoals hierboven aangesneden is, zijn het juist de overheden, de woningbouwkongsie en de ondernemers die met hun woekerprijzen op de woningmarkt, met hun prijsovervraging en met sterk inflatiebevorderend overheidsbeleid de problematische situatie voor zeer veel werknemers veroorzaakt hebben waardoor ze wel hogere lonen moeten vragen. De regering, bij monde van Zalm (ook VVD) heeft al meegedeeld dat van regeringszijde bij de loononderhandelingen geen handreiking verwacht hoeft te worden om de sociale premies te verlagen ondanks de grote overschotten (van ƒ 20 miljard) in de sociale fondsen.
Het zou evenwel niet wijs zijn als de overheid en de werkgevers zelf geen orde op zaken stellen, maar hier weer werknemers, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden voor laten inleveren door een nieuwe ronde van loonmatigingen die in het verleden bewezen hebben per saldo nooit een wezenlijke verbetering voor deze categorieën van de bevolking op te leveren, zoals we hierboven met tal van gegevens hebben toegelicht. Ze zijn massaal de polders, de veen-en-kleiweiden ingedreven en mogen er - met 13 % of nogwat meer inkomensverhoging over de voorbije paarse periode - voor meer dan dubbele prijzen: dus met meer dan 100 % verhoging nog steeds in rottige doorkijk-eengezinswoningen, alwaar de krant in de huiskamer of het gangetje valt, hun intrek nemen, of in het huidige bizardure alternatief van kale, smakeloos lelijke dooshuizen met prijzen van rond ƒ 1.000.000 of meer, hiertoe gek gemaakt door dagelijkse hersenspoeling middels intensieve campagnes en televisieprogramma’s van woningbranche en andere belanghebbende van de woningbouwkongsie zoals hypotheekbanken en overheid. Moeten deze consumenten hiervoor, bij dit twee tot driemaal zo duur geworden leven en voor het driemaal zo duur geworden, simpele verblijf, - vaak na jaren van afzien, bezuinigen en hard werken wanneer ze al van middelbare leeftijd zijn -, dankbaar zijn ??


Kloof in welbevinden is sterk vergroot

Overigens zijn er nauwelijks aardige, stijlvolle echte ‘huizen’ gebouwd waarin ook gemakkelijk plek voor een grootmoeder, een neef of een atelier gevonden kan worden. En als ze al gebouwd zijn, zijn ze volstrekt onbetaalbaar gemaakt voor gewone Nederlanders. Voor wie geen vergoedingen kreeg voor de enorme prijsdruk onder paars, is het leven in alle opzichten erg duur geworden.
Behendig, zo mag vastgesteld worden, heeft de bovenlaag en ieder die deze heeft weten te bereiken, de wat lagere middenklassen eronder weten te houden. De afstanden tussen de standen zijn vergroot, de welstandsverschillen zijn aanmerkelijk toegenomen dankzij onafgebroken ‘paars’ beleid reeds sinds 1982 met dank aan alle gevestigde belangenorganisaties, die hiertoe ieder het hunne hebben bijgedragen en van de publieke ruif geplukt hebben wat hun goed dacht.
Maar voor vele anderen in dit land is er geen algemene welstands- en lotsverbetering ten opzichte van de bovenlaag tot stand gebracht ondanks alle mooie beloften van het maatschappelijke establishment. Wie zich nog kan vinden in de politieke kaste van de gevestigde parlementaire partijen, zit meestal aan de welgestelde kant – of hij denkt zich dat – van de eerder vermelde sociale kloof of behoort als bijstandstrekker tot haar cliëntèle.
Politieke commentatoren als een Kees Lunshof (Telegraaf), Willem Breedveld (Trouw) of Jan Bank (Volkskrant), begrijpen niets van de massale onvrede van de bekochte bewoners van saaie eengezinswoningen, dooshuizen en appartementen in uitlegwijken en nieuwbouwsteden, die hiervoor soms hun ganse leven diep in de schulden verkeren, als het ware maatschappelijk gevangen in de suburbane polders. Daar komt de aanhang voor Leefbaar Nederland vandaan, die - spijt Fortuyn die een generaal pardon blijkt te willen verlenen aan de sector - woest is over de pogingen tot verdoezelen van de bouwfraude.

Sociaal-mentale duisternis

Er lijkt een kwart eeuw van politieke duisternis over Nederland getrokken te zijn waarin brutale lieden van de generatie die het hier in de zestiger en zeventiger jaren voor het zeggen kregen, als dwaze nieuwlichters tekeer zijn gegaan. Na een zekere inkapseling in goede maatschappelijke posities, hebben zij aan de eertijds bestreden, gevestigde bovenlaag enkel hand en span diensten verleend. De nieuwlichters hebben zich gaandeweg sluiks zelf bekend tot het (neo)liberalisme (en z’n rauwe uitwassen) toen hun mateloze persoonlijke ambities vervuld werden.
Tijdelijk, toen eind jaren zestig, begin jaren zeventig welvaart voor heel Nederland gloorde, konde ze met hun ‘linkse kerk’ binnenslands niet verder zonder haprene omhoog. Op zoek naar nieuw emplooi en nieuwe klanten vonden ze echter de heerlijk te bevoogden oud-gastarbeiders, die van hen ineens niet meer terug hoefden, en omhelsden ze de Surinamers met ‘Nederlands paspoort’, die van hen massaal binnen mochten komen. Samen met christelijke boeteprekers en derde-wereld-dwepers vonde ze de norm der politieke correctheid uit om andere - voor hun nering en roeping schadelijke - geluiden moreel verdacht te maken, en om de vertolkers ervan en de vaak onkerkelijke sympatisanten te demoniseren als zondaars.
Hiermee hebben ze Nederland, gelijk geestelijke tirannieën elders, in een ijzeren greep weten te krijgen, mentaal en sociaal, ondanks alle heimelijke afschuw over de multi-etnische bevolkingsmangeling, de kolonisering en islamisering van onze steden, de massale immigraties en de resulterende bevolkingsdruk. Deze processen hebben oude en nieuwe rijken, zoals makelaars, managers, hoge welzijnsboys, aannemers en zakenlui, bepaald geen windeieren gelegd.

Paarse sociaal-economische dwang

De sociaal-psychologische impact van deze mangeling kan niet los gezien worden van het sociaal-economische ‘paarse’ beleid, gevoerd sinds 1982 en verhevigd sinds 1995. Door dat beleid is het de politieke overheid en de meeprofiterende ondernemers gelukt de miljoenen immigranten te huisvesten en er werk voor te scheppen; de duistere keerzijde ervan heb ik hierboven beschreven.
De slotfase heeft zich voltrokken in de afgelopen zeven neoliberale jaren. Door misbruik te maken van wensen van feminisering en individualisering is het gezin als hoeksteen van de samenleving met zijn aanzienlijke onderlinge keuzevrijheid binnen het huwelijk, als sociale en fiscale norm van het huishouden vervangen door het tweeverdienerschapsmodel met én het invoeren van een individuele plicht tot werken tegelijk naast zorgtaken, én het inzetten van forse prijsstijgingen  om een halvering in ware koopkracht en betaalbare woongelegenheid van de individuele werknemer te bereiken. De kosten voor werkgevers zijn dus laag gehouden en de werknemers zijn er feitelijk op achteruitgeboerd ondanks nominale loonstijgingen. Alleen wie al binnen waren vóór de paarse stortbuien, konden er aan ontkomen.

Rechts’, ook met Leefbaar Nederland, zal op ‘paars’ lijken

Politiek ‘rechtse’ partijen en personen met hun "law and order" geloof die sterk hameren op het herstel van wet, orde en gezag, op bestrijding van vandalisme, criminaliteit en zedeloosheid, miskennen de draagwijdte van de ongelijkwaardigheden, zowel mentaal als sociaal, zowel cultureel als materieel, welke het gevolg zijn van de verdrukking.
Ongetwijfeld zullen deze ‘rechtsen’ veel weerklank vinden in de huiskamers van de gegoede burgerij, de hogere middenklassen, die niet de volle laag van ‘paars’ beleid over zich heen gehad hebben. Redelijk afgeschermd, lijken ze nu pas in het geweer te komen voor hun cultuur en de veiligheid van hun lijf en goed, terwijl anderen alles lijdzaam moesten dulden omdat Nederland niet ‘vol’ zou zijn en het volk zogenaamd ‘correct’ moest denken. VVD, CDA, zelfs een Leefbaar Nederland en wat zich verder nog conservatief, rechts of nationaal noemt, zijn zeer begaan met overheidsgezag, normherstel en veiligheid, dus met zorgen voornamelijk ten gerieve van de betere standen.
Maar ze tonen geen belangstelling voor het herzien van de sociale krachtsverhoudingen, voor het vergroten van de vrije bestedingsruimte bij mensen met middelmatige inkomsten middels een algehele kostenverlichting van de vaste lasten zoals huren, energie, onderwijs, ziekteverzekering en zovoort. Dus een lastendaling, níét via fiscaal selectief gekneuter en inkomensafhankelijke subsidies, maar door directe aanpak van de inflatiefactoren en van het paarse profitariaat waaronder bouwwereld, overheden, woningverhuurders, nutsbedrijven en dergelijke. Dus een anti-paars, anti-neoliberaal, anti-selectief, anti-inflatoir beleid: Staat en land terug aan het volk. Wij betwijfelen of mensen verkerend in hun gewone dagelijkse beslommeringen en armetierigheid er wel op vooruit zullen gaan bij een ‘rechts’ kabinet van VVD, CDA en andere. Waarschijnlijk ligt bij een 'rechts' kabinet, met of zonder LN,  slechts wat minder immigratie in het verschiet.

Het duister verdwijnt niet zomaar

Kennelijk mag niks billijker worden. Daling van de onderwijslasten door afschaffing of verlaging van les- en collegegelden is onlangs alweer stilletjes weggestemd; en de PvdA wil gemeenten meer sanctiebevoegdheden toekennen, niet alleen op het beboeten van afwijkend gedrag van burgers inzake parkeer- en verkeersregels, maar ook anderszins. Weer worden de grote steden selectief forse kapitaalinjecties toegezegd. De burger in de polder betaalt alles wel. Ongeacht de kleur van het nieuw te formeren kabinet zullen strengere controles van de gehele bevolking, verdere afbraak van algemene regelingen, sociaal-financiële selectiviteit en nog hogere lasten, in het bijzonder bij de grijpbare middenmoot, wel de hoofdzaken gaan vormen van een nieuw regeerakkoord (of het nu paars wordt, of links, rechts of bruin neoliberaal), kortom: een "strenge politiek" maar hoegenaamd zonder extra financiële zorgen voor overheid en bedrijfsleven, want de rekeningen zullen -zoals immerweer- volledig afgewenteld worden op de uit te melken eigen Nederlandse burgerij.
Lukt het in 2002 wel om de maatschappelijke duisternis echt te verdrijven?, met zo’n vaag spinsel als Leefbaar Nederland van Jan Nagel en met de lijst van de voortijdig weggewoven Pim Fortuyn, die voor zijn verkiezingscampagne ƒ 8 miljoen toegezegd kreeg uit de wereld van het onroerend goed waarvoor hij wellicht op het congres van LN nog z’n ondernemers-ode uitbracht ?
Velen hopen op een forse nederlaag voor de gevestigde (politieke) orde: om "de politieke coalitie tegen de nederlandse samenleving te breken" (Elsevier 21 oct 2000). Maar het duister is niet zomaar weg.

De redactie

 


Terug naar hoofdblad

Terug naar Heemland 2001, 19-22

Terug naar Heemland 20, Strenge politiek zonder zorgen

Naar Heemland 22, Overheid kneedt meningsvrijheid

 

Naar Heemland 21, Leefbaar Nederland, een opzetje ?

Naar Heemland 23, Kiezers kijkt uit !: hard gelag, geen vereffening