HEEMLAND 27 (zomer 2003)
Van
ziedend bintje tot asociale Asperge(r)
Het
relaas van de wondere wereld rond Volkert van der Graaf
De
moord op Pim Fortuyn vorig jaar mei heeft destijds veel beroering losgemaakt bij
de Nederlandse bevolking. Zijn aanhang ging dagenlang zo spontaan en massaal,
dat zijn tegenstanders zich destijds zeer ongemakkelijk voelden. Veel van zijn
toenmalige tegenstanders hebben de politiek schielijk via de achterdeur van het
Binnenhof verlaten, zoals ze ook de uitvaartdienst van Fortuyn destijds langs de
achterdeur van de kerk verlieten uit angst voor het Nederlandse volk.
In
het voorfront van de partijpolitiek mag dan wel veel zijn veranderd sinds de
dood van Fortuyn, maar het netwerk achter de moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert
van de Graaf, heeft de storm van woede en verbittering overleefd. Spong en Hammerstein
hebben hun haatzaai-aanklacht ingediend tegen kopstukken uit partijpolitiek en
media. Maar de talrijke radicaal-linkse actieclubjes en comité’s waar ‑ naast
Volkert ‑ ook vele vooraanstaande linkse politici uit voortkomen,
blijven buiten schot.
De
BVD (thans AIVD geheten) schiet in haar onderzoek naar extreem-linkse
actiegroepen schromelijk tekort. Een sprekend voorbeeld is de opheffing van een
onderzoeksteam naar de geweldplegingen en vernielingen van milieufanatici vlak
voor de moord op Fortuyn. Vlak voor de verkiezingen en de moord op Fortuyn
verklaarde de BVD. nog eens, dat er van links geen dreiging te verwachten valt !
Dat is een frappante uitspraak, aangezien links-radicale geweldpleging al
jarenlang schering en inslag is.
In
zijn boek ‘Eco Nostra’ (Uitgeverij Aspekt, 2003) schetst de freelance
onderzoeker Peter Siebelt een ontluisterend beeld van het links-radicale
actiewezen in Nederland. Deze clubs weten niet alleen rijkelijk subsidie te
ontvangen van de overheid, maar weten zich ook geruggesteund door
links-radicale politieke partijen. Decennialang heeft zich een sinister
netwerk van links-radicale clubs kunnen ontspinnen, dat zich
succesvol de BVD van het lijf heeft gehouden met behulp van linkse
partijen.
Siebelt
gaat in zijn boek vooral in op de situatie op de campus van de Wageningse
Landbouwuniversiteit. Daar heeft Volkert zich kunnen ontwikkelen tot de
keiharde en gewetenloze activist die Pim Fortuyn heeft vermoord. Ingebed in een
levendig lokaal actiewezen, opgehitst door fanatieke professoren en beschermd
door landelijke politieke partijen zag Volkert zich steeds meer gesterkt in de
overtuiging, dat alle middelen zijn geoorloofd om zijn linkse idealen te
verwezenlijken.
De
jonge en fanatieke Volkert van der Graaf werd aanvankelijk met argusogen bekeken
in de lokale Zeeuwse milieuclubs. Hij werd vaak de deur gewezen of stapte zelf
op uit de ‘geitenwollen-sokken-clubs’. In Wageningen rolde hij echter snel
in het lokale actiewezen, wat zich in rap tempo radicaliseerde en voor het eerst
van zich liet spreken aan het begin van de negentiger jaren. De actieclub ‘De
ziedende bintjes’ begon toen met het rooien van velden met genetisch
gemanipuleerde gewassen.
Na
een mislukte poging om met een lokale links-radicale lijst (Lijst Koevoet) een
politieke loopbaan te starten slaat Volkert een volkomen andere weg in. Midden
jaren negentig richt Volkert samen met vrienden uit het links-radicale actiewezen
van Wageningen in de schaduw van de salonfähige Milieudefensie de
‘Vereniging Milieu Offensief” op (/cursivering rd).
Met deze ‘vereniging’ vecht Volkert met succes uitbreidingen van
agrarische bedrijven op de Veluwe aan bij de rechter.
In
die tijd ontwikkelt bij Volkert van der Graaf het besef dat een dier meer waard
is dan een mens. Aanvankelijk is het alleen het bezit, maar later zal ook het
inkomen van een mens ondergeschikt worden gemaakt aan het milieu. Uiteindelijk
zal ook een mensenleven ondergeschikt blijken aan de dierenrechten. In de
geschiedenis kende alleen het nationaal-socialistische Duitsland dieren formeel
meer rechten toe dan bepaalde groepen mensen, zoals politieke tegenstanders en
andere rassen.
Uiteraard
bestaat het links-radicale actiewezen niet alleen uit milieuclubs, maar is het
een breed geschakeerd geheel van elkaar ondersteunende groepjes, die zich rond
verschillende linkse thema’s scharen. De meest bekende en gewelddadige club
is de Anti-Fascistische Aktie (AFA), die niet alleen maar mensen belaagde maar
ook aanslagen heeft gepleegd op verscheidene landelijke politici. De bekendste
aanslag is wel de brandbom in het hotel van Kedichem in 1984.
In
zijn boek slaagt Peter Siebelt er niet alleen in om de schijnbaar losse clubs
met elkaar in verband te brengen, maar ook de banden met de landelijke politiek
bloot te leggen. Feitelijk keren namelijk telkens dezelfde namen terug, die
onder verschillende clubnamen actie voeren. Tevens is het links-radicale
actiewezen onmiskenbaar de kweekvijver voor vele vooraanstaande linkse
politici, die hun verleden niet zijn vergeten, aangezien zij dit actiewezen
voortdurend ondersteunen.
Het
duidelijke verband tussen het gewelddadige linkse actiewezen en links-radicale
politieke partijen roept herinneringen op aan het proces tegen de
rechts-radicale partij CP’86. Deze partij werd namelijk verboden, omdat haar
leden zich schuldig zouden maken aan criminele activiteiten of op zijn minst
het draagvlak voor gewelddadige acties zouden scheppen. Het is bevreemdend dat
een soortgelijke gevolgtrekking niet wordt getrokken ten aanzien van het
linkse partijen en het gewelddadige linkse actiewezen.
In
het proces tegen Volkert ontvouwt zich nog één keer de volledige reikwijdte
van het radicaal-linkse netwerk. De advocate van Volkert, Britta Böhler, heeft
in het verleden links-radicale terroristen van de Rote Armee Fraktion (RAF) en
de Koerdische PKK verdedigd, terwijl één van de rechters zich waarschijnlijk
heeft schuldig gemaakt aan het verstrekken van valse paspoorten aan illegalen.
Het Hof sprak dan ook – niet verrassend – van een enkelvoudige
moord in plaats van een politieke moord.
Veel vragen rond de moord op Fortuyn blijven
onbeantwoord na het onderzoek van de doofpot-commissie Van den Haak. De
gevestigde politici verzuimen om zelfs maar de meest prangende vragen op te
werpen. Journalisten hebben ook verzuimd om de zaak tot op de bodem uit te
zoeken, terwijl politie en justitie machteloos staan tegenover zoveel onwil om
de waarheid nu eens boven water te krijgen. Slechts het weekblad HP/De Tijd en
onderzoeker Peter Siebelt houden de eer hoog, maar zij zijn helaas roependen in
de woestijn.
Ruud Diesveld
Literatuur
1.
Peter
Siebelt “Eco nostra” (2003)
2.
Stan de
Jong en Joost Niemöller “Fortuyns beveiliging: een bloody shame” in HP/De
Tijd, 2 mei 2003
![]()
terug naar Heemland 27, Ten geleide
naar Heemland 27, Partijpolitiek: Het fortuynisme van de LPF